Beroepencollege De Swaef

Begeleiding en zorg

 

Het ondersteuningsaanbod

In dit hoofdstuk staan de mogelijkheden voor het bieden van passend onderwijs aan leerlingen met een ondersteuningsbehoefte beschreven. Het geeft inzicht in de mogelijkheden van de basisondersteuning, daarnaast wordt duidelijk welke extra ondersteuning er mogelijk is en van welke expertise er binnen en buiten de school gebruik gemaakt kan worden.

Het ondersteuningsaanbod is besproken met de leerling geleding van de Locatie Medezeggenschapsraad (LMR). De leerlingen geven aan dat er goede zorg geboden wordt binnen de school. De zorgklassen worden als zeer positief ervaren door leerlingen. Ook is er (persoonlijke) aandacht vanuit het mentoraat. De leerlingen zijn tevreden over het huidige ondersteuningsaanbod wat er is.

Scholengroep Driestar-Wartburg is onderdeel van het landelijke Reformatorisch Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs (RefSVO).

Passend Onderwijsvisie

Scholengroep Driestar-Wartburg ziet het als haar Bijbelse opdracht om, waar mogelijk, leerlingen met extra zorgvragen ondersteuning te bieden. We denken dan aan leerlingen die hulp nodig hebben op sociaal emotioneel, gedragsmatig, fysiek of cognitief gebied. Die ondersteuning is erop gericht de onderwijsbelemmeringen zoveel als mogelijk op te heffen. Hierbij hanteren we de lijn: regulier waar mogelijk, steun waar nodig, speciaal waar het ‘moet’ voor alle leerlingen. Uitgangspunt daarbij is dat onderwijs en ondersteuning maatwerk zijn. De invulling van deze ondersteuning wordt in dit document nader uitgelegd.

Basisondersteuning

De basisondersteuning vindt primair plaats door de vakdocenten in de klas. Zij bieden kwalitatief goed onderwijs, waarbij ze oog hebben voor de verschillen tussen leerlingen. In de basisondersteuning is de mentor de spil. Deze signaleert, formuleert in overleg de zorgvraag en monitort de ingezette begeleiding. Nieuwe mentoren volgen een mentoraatscursus om zich te bekwamen in deze taak. Basisondersteuning is de ondersteuning die op alle scholen binnen het samenwerkingsverband beschikbaar is voor de leerlingen. Beroepencollege De Swaef heeft het volgende aanbod in de basisondersteuning:

  • Maatwerk in curriculum
  • Mentoraat
  • Leerlingbespreking
  • Zorgcoördinator
  • Intern begeleider
  • Anti-pestcoördinator
  • Orthopedagoog
  • Schoolmaatschappelijk werk (SMW)
  • Vertrouwenspersoon/klachtenfunctionaris
  • Team of afdelingscoördinator
  • Aandachtsfunctionaris Kindermishandeling
  • ZorgAdviesTeam (ZAT)
  • Decanaat
  • Huiswerkbegeleiding
  • Rekenspecialisten
  • Faalangsttraining
  • Training sociale vaardigheden (SOVA)
  • Training Gedeeld Verdriet (rouw)
  • Examenvreestraining
  • Dyslexie begeleiding
  • Leerwerktrajecten (LWT)
Extra ondersteuning

Leerlingen die ondersteuningsbehoeften hebben die de basisondersteuning overstijgen, kunnen in aanmerking komen voor extra ondersteuning. Deze extra ondersteuning wordt ingezet na bespreking in het ZorgAdviesTeam (ZAT) of de Commissie van toelating & ondersteuning (CTO). Alle leerlingen die extra ondersteuning ontvangen zijn in het bezit van een Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). De Swaef heeft de volgende mogelijkheden van extra ondersteuning (zoals vastgelegd in het Ontwikkelingsplan Ref SVO 2026-2030):

  • Aanpassingen van gebouw, meubilair, of curriculum voor leerlingen met fysieke of psychische problemen
  • Zorgklassen (instroomklas, trajectklas)
  • Drop In Drop out traject
  • Praktijkonderwijs (PRO) (Beschikbaar op het Marnix)
  • Zorgklas cluster 4 (Beschikbaar binnen de Burcht)
  • Praktijkleren (Beschikbaar binnen de Burcht)
  • Rebound (Beschikbaar binnen de Burcht)
Ondersteuningstoewijzing
Nieuwe leerlingen 

Regulier: de zorgcoördinator bepaalt op basis van de aanmeldgegevens en de warme overdracht met de school van herkomst of er extra ondersteuningsbehoeften zijn. Indien nodig kan de zorgcoördinator voor aanvullende informatie contact opnemen met ouders, betrokken hulpverlening enzovoorts om de ondersteuningsbehoeften verder duidelijk te krijgen. Als de afdeling tegemoet kan komen aan de ondersteuningsbehoeften van de leerling, dan zet de zorgcoördinator dit verder in werking. Op het moment dat er twijfels zijn of de afdeling voldoende tegemoet kan komen aan de ondersteuningsbehoeften van de leerling, wordt er met ouders gekeken of een aanmelding voor de Burcht meer passend is.

De Burcht: bij een aanmelding voor de Burcht wordt een leerling besproken binnen de Commissie van toelating & ondersteuning (CTO). Het CTO beoordeelt op basis van een dossieranalyse en eventueel een aanvullend gesprek met ouders/school van herkomst of de Burcht kan voorzien in de ondersteuningsvraag van de leerling. De Burcht wordt gekenmerkt door kleine klassen (maximaal 10 leerlingen), met vaste docenten en onderwijs assistenten. Iedere leerling binnen de Burcht werkt met een OPP, waarin de persoonlijke doelen periodiek worden geëvalueerd en bijgesteld. De mentor en Intern Begeleider zorgen voor de inzet van de benodigde ondersteuning. Naast onderwijs is er ook veel aandacht voor de persoonsontwikkeling. Het hoofddoel binnen de Burcht is het toewerken naar regulier onderwijs. De Burcht biedt onderwijs voor de leerjaren 1 t/m 3 (Havo/VWO) en leerjaar 1 en 2 (VMBO- Basis, Kader, GT). Als de Burcht niet tegemoet kan komen aan de ondersteuningsbehoeften, wordt gekeken of er binnen Scholengroep Driestar-Wartburg een passende plek is voor de leerling. Zo niet, dan wordt er een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aangevraagd voor de leerling en wordt er met de ouders gezocht naar een passende school voor speciaal onderwijs.

Praktijkonderwijs: leerlingen die via het samenwerkingsverband een TLV PRO hebben ontvangen, worden in het praktijkonderwijs geplaatst.

Reeds ingeschreven leerlingen

De vakdocent en/of de mentor signaleert of er een ondersteuningsvraag is bij een leerling. Ook de leerling en de ouders kunnen dit bespreekbaar maken bij de mentor. De mentor bespreekt dit met de teamcoördinator en/of de zorgcoördinator. Zo nodig kan een leerling besproken worden in het ZAT. Via het ZAT kan er extra ondersteuning ingezet worden. Dit wordt periodiek in het ZAT geëvalueerd om te bepalen of de ondersteuning gestopt, gecontinueerd of aangepast moet worden.

Als blijkt dat voor de ontstane ondersteuningsbehoefte de interne voorzieningen binnen een school niet afdoende zijn, kan gekeken worden of de Burcht of de Rebound nodig kan zijn. Een leerling kan ook tijdens de schoolloopbaan aangemeld worden. Deze aanmelding loopt via een interne aanmeldingsprocedure en het CTO.

Rebound (onderdeel van de Burcht): leerlingen die tijdelijk een (zeer) intensieve vorm van ondersteuning nodig hebben, omdat zij gedragsmatig in het reguliere onderwijs vastlopen. De duur van de rebound is gemiddeld 20 weken. Tijdens deze periode wordt er onder begeleiding gewerkt aan inzicht in het eigen gedrag en de effecten hiervan op de omgeving. Daarnaast volgen leerlingen, indien mogelijk, één dag per week les in het reguliere onderwijs op de school van herkomst. Indien nodig wordt doorverwezen naar externe hulpverlening.

Professionalisering

Om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van leerlingen is het van groot belang dat docenten over goede pedagogische en didactische vaardigheden beschikken. Daarmee kunnen zij onderwijs op maat bieden.

Voor docenten die een taak hebben in de ondersteuning en begeleiding worden vanuit school regelmatig verdiepingscursussen aangeboden. De individuele scholingsbehoeften van docenten in combinatie met de behoeften van de afdeling vormen het uitgangspunt in de professionalisering. In de gesprekscyclus wordt scholing met de docenten besproken.

Samenwerking met de gemeenten
Deelname aan overleggen

De lokale gemeenten, de samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs en het MBO voeren bestuurlijk en ambtelijk Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO), waarin afspraken worden gemaakt over de samenwerking in het kader van passend onderwijs en zorg voor de jeugd. Dit is zowel vanuit de Jeugdwet als vanuit de Wet Passend onderwijs een wettelijke verplichting voor de partijen.

Driestar Wartburg is onderdeel van het samenwerkingsverband RefSVO en neemt deel aan het OOGO- en OOGO gerelateerde overleggen m.b.t. onderwijs en jeugdzorg Rotterdam en Dordrecht. Daarnaast neemt het Scholengroep Driestar-Wartburg deel aan de overleggen van samenwerkingsverbanden Drechtsteden. Ook wordt er actief deelgenomen aan de Leidinggevende Overleggen Schoolmaatschappelijk Werk (LGO-SWM) vanuit gemeente Rotterdam.

Het gemeenschappelijke doel van de samenwerking is om jeugdigen in een veilige en gezonde omgeving onderwijs te bieden en hen te laten opgroeien tot zelfstandige volwassenen, zodat zij naar vermogen actief deelnemen aan het sociale, economische en culturele leven.

Samenwerken onderwijs en jeugdhulp

School heeft als plicht het vroegtijdig signaleren van problematiek, het op het juiste moment betrekken van de juiste personen en het in gezamenlijkheid bedenken, maken, uitvoeren en evalueren van een passend ondersteuningsaanbod, beschreven in een gezamenlijk plan.

Indien school vermoedt dat ondersteuning/zorg rondom opgroeien of opvoeden (en dus vanuit jeugdwet) nodig is, kan in overleg met ouders, contact gezocht worden met de gemeente. De contactpersoon van de gemeente denkt mee en adviseert t.a.v. de meest passende jeugdhulp/zorg.

Samen met ouders, waar mogelijk de leerling, school en verwijzers wordt, in een zo vroeg mogelijk stadium, een plan rondom de leerling bedacht, gemaakt, uitgevoerd en geëvalueerd. Ook anderen kunnen in overleg en met toestemming van ouders worden uitgenodigd mee te denken.

De school neemt het initiatief en organiseert een “groot zorgoverleg”. De school nodigt, in overleg met ouders, externe partners uit, waarvan de school inschat dat zij een bijdrage kunnen leveren aan een plan gericht op de (gesignaleerde) zorgen. Tijdens het overleg staat de leerling en haar ondersteuningsbehoefte centraal. Betrokken partijen bespreken nadrukkelijk wat nodig is. Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid stellen betrokken partijen een integraal plan op, waarin zij doelen, de benodigde interventies, duur, regie/coördinatie, evaluatiemomenten en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen vastleggen. Indien helpend of noodzakelijk voor de leerling, worden hier ook de mogelijkheden tot maatwerk in de onderwijstijd uit de Variawet ingezet.

Grenzen aan de ondersteuning

Scholengroep Driestar-Wartburg heeft als ambitie om leerlingen die behoren tot de doelgroep passend onderwijs te bieden. In de volgende gevallen kan Scholengroep Driestar-Wartburg echter onvoldoende tegemoet komen aan de ondersteuningsbehoeften van een leerling, als:

  • De maximale groepsgrootte van een zorgklas, de Burcht of de Rebound is overschreden.
  • Een leerling niet (meer) kan functioneren in het onderwijsaanbod van de Burcht en er geen uitzicht is dat dit op korte termijn wel het geval zal zijn;
  • Een leerling een gevaar vormt voor zichzelf of voor anderen op school;
  • Behandeling vanwege aanwezige problematiek voorliggend is op onderwijs;
  • Een leerling met extra ondersteuning niet tot leren en ontwikkeling komt en er ook geen uitzicht is dat dit op korte termijn wel het geval zal zijn;
  • Er, ondanks langdurige pogingen, geen overeenstemming bereikt kan worden over de aanpak van een leerling met ouder(s)/verzorger(s);
  • Er sprake is van langdurige demotivatie van een leerling om zich nog verder te ontwikkelen binnen Scholengroep Driestar-Wartburg;
  •  Leerlingen waarbij duidelijk de nadruk op medische zorg ligt in plaats van onderwijs;
  • De bekostiging van de ondersteuningsvraag niet gerealiseerd kan worden.

Als de grenzen van de ondersteuning in beeld komen, wordt dit besproken met ouder(s)/verzorger(s). Als blijkt dat de grens van de ondersteuning is bereikt, zal de school samen met ouder(s)/verzorger(s) zoeken naar passend onderwijs buiten Scholengroep Driestar-Wartburg. De school voldoet hiermee aan haar zorgplicht.

Contact

Heeft u vragen over ondersteuningsaanbod van Beroepencollege De Swaef, neem gerust contact op met de zorgcoördinatoren van de school:

de heer M.J.P. de Goffau
MJPdeGoffau@driestarwartburg.nl

de heer A.W.T. Stolk
AWTStolk@driestarwartburg.nl

mevrouw D. Hamelink 
DHamelink@driestarwartburg.nl

Ondersteuningsaanbod op Beroepencollege De Swaef

Dit overzicht is een aanvulling op het omschreven ondersteuningsaanbod, waar in staat hoe op de scholengroep de basis en de extra ondersteuning vormgegeven wordt. Niet alles is letterlijk te omschrijven en er valt over ondersteuning heel veel te zeggen. Toch proberen we kort en bondig weer te geven wat u op onze locatie kunt verwachten van de ondersteuning.

Vormen van begeleiding
Algemene begeleiding

Algemene begeleiding wordt geboden door de mentor, die de spil is in de leerlingbegeleiding op het Beroepencollege en het eerste aanspreekpunt van leerlingen, ouders(s) en/of verzorger(s).

Studiekeuzebegeleiding

Studiekeuze begeleiding wordt geboden doormiddel van een LOB-programma van leerjaar 1 t/m 4 en ondersteuning van de mentor en de decaan.

Daarnaast lopen de leerlingen in leerjaar 3 en leerjaar 4 een beroepsoriënterende stage. In leerjaar 4 volgen de leerlingen in de meeste gevallen ook (een deel van het jaar) op woensdag een lintstage, gekoppeld aan het profielvak.

Basisvaardigheden taal, rekenen en burgerschap

Aan de vaksectie wiskunde & rekenen en de vaksecties Nederlands en Engels zijn ondersteuners verbonden die leerlingen met grotere achterstanden in de basisvaardigheden extra kunnen begeleiden of instrueren tijdens lestijd. Ook kan het zijn dat leerlingen extra ondersteuning ontvangen buiten lestijd en hen dus gevraagd wordt om extra op school te zijn om aan de achterstanden te werken.

Deze leerlingen worden geselecteerd nadat we de vaardigheden in leerjaar 1 en 2 hebben getoetst.

In het eerste en tweede leerjaar is er een lesuur burgerschap toegevoegd aan de lessentabel van Mens & Maatschappij. Tijdens deze lessen wordt er, gekoppeld aan de thema’s van het vak, stilgestaan bij burgerschap. In het derde leerjaar vinden er excursies plaats in het kader van burgerschap die meer op de praktijk gericht zijn.

Dyslexie begeleiding

Met een dyslexie verklaring is het mogelijk om extra faciliteiten te krijgen. Zo krijgen leerlingen met een dyslexie verklaring extra tijd bij toetsen en examens. Voor meer informatie over de faciliteiten zie het schema onderaan deze pagina. 

Ook houden leerkrachten tijdens de les, waar dat mogelijk is, rekening met dyslexie. Ze hebben daarbij ook oog voor de sociaal-emotionele gevolgen van dyslexie. De leerlingen maken in leerjaar 3 en 4 schriftelijke (en praktische) examens, daar proberen we leerlingen zo goed als mogelijk op voor te bereiden.

Dyslexie onderzoek op het voortgezet onderwijs

Wanneer een leerling in het basisonderwijs langdurige problemen heeft met lezen en spellen en ondanks extra begeleiding laag blijft scoren, wordt meestal al een dyslexieonderzoek uitgevoerd. In uitzonderlijke gevallen wordt dyslexie in deze fase niet herkend, bijvoorbeeld wanneer een leerling de problemen weet te compenseren.

Ontstaat er in het voortgezet onderwijs alsnog een vermoeden van dyslexie, dan kan de school een onderzoekstraject starten. Dit traject neemt doorgaans een volledig schooljaar in beslag. Van zowel school als thuis wordt hierbij inzet verwacht. Tijdens het onderzoekstraject worden er in principe geen extra faciliteiten toegekend. Dit voorkomt dat voorzieningen later moeten worden ingetrokken als er geen dyslexie wordt vastgesteld. Er is in deze periode dus geen aangepaste beoordeling, zoals het minder zwaar meewegen van spellingfouten.

Ouders/verzorgers die behoefte hebben aan een sneller traject kunnen kiezen voor een extern dyslexieonderzoek. Gespecialiseerde bureaus kunnen dit vaak binnen enkele maanden uitvoeren. De kosten van een extern onderzoek zijn in dat geval voor rekening van de ouders/verzorgers.

Dyscalculie begeleiding

Er is dyscalculie begeleiding in kleine groepen. Deze groepen worden meestal samengesteld op basis van het leerjaar (klas 1/klas 2/klas 3/klas 4). Een leerling met een officiële dyscalculieverklaring krijgt een faciliteitenkaart en een standaardrekenkaart. Deze rekenkaart mag gebruikt worden bij het maken van huiswerk en bij het maken van toetsen.

Leerlingen met dyscalculie hebben ook recht op extra tijd bij rekenonderdelen.

Interne begeleiding en langdurige ondersteuning (langer dan één periode)

Als er sprake is van een achterstand of situatie die vraagt om langdurige ondersteuning of begeleiding door een interne begeleider, dan kan dit via het ZorgAdviesTeam (ZAT) worden aangevraagd door de mentor. Het ZAT beoordeelt de aanvraag op noodzaak en haalbaarheid. Voor deze IB-leerlingen wordt een Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) opgesteld in overleg met ouder(s)/verzorger(s) en leerlingen.

Bijles/ vakinhoudelijke ondersteuning

Wij richten ons in de bijlessen in eerste instantie op de basisvaardigheden. Wel willen we op een laagdrempelige manier elk cursusjaar buiten de lestijd om de mogelijkheid geven voor huiswerk maken op school / extra uitleg geven. Alle leerlingen kunnen hiervan gebruik maken. Als dit gewenst is dan kan de mentor meer informatie geven over op welke momenten dit mogelijk is.

NT2 en TOS

Als Nederlands je tweede taal is of je hebt een diagnose voor TOS (taalontwikkelingsstoornis), dan is het mogelijk om één lesuur per week aan de slag te gaan met een begeleider om zo te werken aan de Nederlandse taal.

Als een leerling minder dan zes jaar in Nederland is, kan dit ook recht geven op extra ondersteuning of faciliteiten bij toetsen.

Functionarissen
Schoolmaatschappelijk werk

We hebben een schoolmaatschappelijk werker in huis. Aanmelden voor begeleiding kan via de mentor. Wij bieden geen behandeling, maar kortdurende trajecten als het de school raakt. Ook kan er sprake zijn van een overbruggingsperiode naar externe zorg, omdat er sprake is van lange wachttijden. De begeleiding van het schoolmaatschappelijk werk richt zich vooral op de sociaal-emotionele kant van leerlingen.

Orthopedagoog

We hebben een orthopedagoog in huis. Aanmelden voor begeleiding kan via de mentor. Wij bieden geen behandeling, maar kortdurende trajecten als het de school raakt. Ook kan er sprake zijn van een overbruggingsperiode naar externe zorg, omdat er sprake is van lange wachttijden. De begeleiding van de orthopedagoog richt zich vooral op de ontwikkeling en het gedrag van leerlingen.

Schoolverpleegkundige

Op onze locatie is ook een schoolverpleegkundige van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) werkzaam. Zij werkt onafhankelijk van onze locatie. Aanmelden kan via de mentor, maar kan ook op eigen initiatief. We werken op school via de MAZL-methode (klik hier voor uitleg) waarbij leerlingen aangemeld worden bij de schoolverpleegkundige als er sprake is van verzuim.

Anti-pest coördinator

We hebben op onze locatie een anti-pest coördinator die volgens een vastgesteld protocol werkt. De anti-pest coördinator heeft de beschikking over verschillende methodes die ingezet kunnen worden om het pesten aan te pakken. Naast dat wij breder ingrijpen waar dat nodig is.

Overige voorzieningen
Trajectklas

Het is mogelijk om via het ZorgAdviesTeam (ZAT) een plekje in de trajectklas te krijgen voor één of meerdere vakken of uren per week. Even rust, even zelfstandig werken en een goed gesprek in plaats van in de reguliere les. Dat is daar mogelijk. De mentor kan dit aanvragen en zo’n plaatsing is normaal gesproken van vakantie tot vakantie. Voor de volgende vakantie wordt dan bekeken of verlenging nodig of nuttig is.

Instroomklas

Leerlingen die instromen via locatie De Burcht krijgen op onze locatie de mogelijkheid om een aantal uren per week (in overleg) begeleiding te krijgen in de instroomklas. Dit kan huiswerkbegeleiding zijn, helpen bij het maken van een planning, enzovoorts. Ook kunnen zij gebruik maken van de instroomklas als het even niet gaat in de reguliere les. Het uitgangspunt is wel om zoveel als mogelijk tijdens de reguliere les aanwezig te zijn, omdat daar het vak uitgelegd wordt door de vakleerkracht. Voor de leerlingen van de instroomklas werken we met een Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) dat we samen met ouder(s)/ verzorger(s) en leerlingen opstellen.

Het LeerWerkTraject

Voor leerlingen die niet op de reguliere wijze hun diploma kunnen halen is het mogelijk om op vmbo-basis niveau een LeerWerkTraject te volgen. Dit traject bestaat uit twee dagen stage en drie dagen school in de week en een leerling volgt het profielvak, het vak Nederlands, rekenen en het vak Godsdienst.

Het LeerWerkTraject is een traject dat alleen voor leerlingen van leerjaar 3 en 4 mogelijk is. Het is een traject dat niet alleen in leerjaar 4 gevolgd kan worden, er moet in leerjaar 3 gestart worden met het traject. In de schoolgids is meer informatie te vinden over de voorwaarden en mogelijkheden voor aanmelding.

Faalangstreductie training en examenvreestraining

Jaarlijks vindt na inventarisatie de faalangstreductie training plaats voor leerlingen die faalangst hebben. Ook vindt er jaarlijks een examenvreestraining plaats waar leerlingen voor aangemeld kunnen worden via de mentor.

Rebound voorziening

Via het ZorgAdviesTeam (ZAT) kan een leerling aangemeld worden voor een reboundtraject. Vanuit de rebound volgt de leerling meestal nog wel het beroepsgerichte vak, maar is er even ruimte voor afstand met de reguliere klas. Dit kan noodzakelijk zijn vanwege gedrag maar ook een broodnodige adempauze geven voor leerlingen als ze vast dreigen te lopen. Doordat de leerling nog wel deels lessen blijft volgen op onze locatie behouden we het contact met de leerlingen.

Voorwaarden

Voor alle ondersteuning geldt dat de leerling de motivatie moet hebben om de ondersteuning te ontvangen en zich daarvoor in te zetten. Van ouder(s)/verzorger(s) kan ook een inspanning worden gevraagd als de ondersteuning daarmee versterkt kan worden.

Wij verwachten dat ouder(s)/verzorger(s) actief meewerken aan de gemaakte afspraken. Dat zij de school informeren over eerdere hulpverlening, diagnoses of medicijngebruik en dat zij aanwezig zijn bij gesprekken als de school hen daar voor uitnodigt.

Voor sommige vormen van ondersteuning of maatwerk hebben wij een verklaring nodig van een arts of paramedicus.

Als het nodig is om extra ondersteuning te ontvangen, dan kan dat via de mentor bij het ZorgAdviesTeam (ZAT) (worden aangegeven. Het ZAT beoordeelt of een leerling hiervoor in aanmerking komt. Extra ondersteuning of extra hulpmiddelen worden niet standaard toebedeeld, maar alleen als duidelijk is dat een leerling er én recht op heeft én de ondersteuning en het hulpmiddel nodig heeft.

Overzicht met mogelijke hulpmiddelen

Klik hier voor een overzicht met mogelijke hulpmiddelen, wanneer deze hulpmiddelen toegepast kunnen worden en of er melding van gedaan moet worden in het InternetSchoolDossier (ISD), het online portaal van de Inspectie van het Onderwijs.

Als toestemming voor een hulpmiddel niet via het ZorgAdviesTeam (ZAT) gaat, dan kan dit worden aangevraagd via de mentor bij de zorgcoördinatoren.

Als toestemming voor een hulpmiddel via het ZAT gaat, dan kan dit via de mentor aangevraagd worden. Na bespreking in het ZAT gaat de terugkoppeling (met eventueel uitleg) naar de mentor. De mentor kan deze terugkoppeling dan bespreken met ouder(s)/verzorger(s). Bij toekenning verwerken wij de hulmiddelen in het leerlingvolgsysteem en brengen we het examensecretariaat op de hoogte.

Het is niet mogelijk om kort voor de examenperiode extra hulpmiddelen aan te vragen. Houd rekening met een periode van minimaal zes weken i.v.m. het houden van een vergadering van het ZAT en het melden bij het ISD.

In sommige situaties is het mogelijk dat eerst moet worden onderzocht of een hulpmiddel mogelijk,  haalbaar of helpend is. In zo’n situatie overleggen we met leerkrachten, examensecretaris, mentor en directie over de te nemen stappen en wordt u daar als ouder(s)/verzorger(s) in betrokken.

Evaluatie
De ingezette extra ondersteuning wordt periodiek (minimaal één keer per cursusjaar) geëvalueerd door de begeleider die ook het Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) heeft opgesteld. Afhankelijk van de noodzaak kan ook de mentor en/of de zorgcoördinator betrokken worden bij de evaluatie. Op basis van deze evaluatie wordt de ondersteuning voortgezet, aangepast of beëindigd. Ouder(s)/verzorger(s) en leerling worden hierbij betrokken.

Samen voor reformatorisch onderwijs in de Randstad